Petra laat zien dat je kan rommelen, zonder per se iets te willen maken

Rommelen, zonder per se iets te willen maken. Volgens Petra van Brecht ook wel ‘porrelen’. Het is een liefhebbend makersconcept van rommelen met aandacht zonder beoogd resultaat, waarmee ze opgroeide, maar wat niet als officieel woord bestaat. Petra studeert af aan de Deeltijd variant van onze opleiding. In haar onderwijs laat ze kinderen ervaren dat het oké is om je ongemakkelijk te voelen. Dat iets niet mooi hoeft te zijn. Of af. Gewoon maken om het maken. Haar beeldend onderzoek sluit daar naadloos op aan. On(af) en ongrijpbaar, precies zoals porrelen is.
Porrelen is het lievelingswoord van Petra en een handreiking, haar favoriete gebaar. ‘Ik hou dan ook van plekken waar gerommeld wordt; van schuurtjes en werkbanken. En van de sporen die een leven maken; van littekens en rafelrandjes. Maken geeft mij ruimte om aandacht te hebben voor de rommeltjes en restjes waar we zo snel aan voorbij gaan. Om te ontsnappen aan de bestaande orde en het voor even anders te doen. Om even niet te hoeven begrijpen, om even niet te hoeven onderstrepen, om even niet te hoeven afmaken, maar zachtjes te kunnen aftasten in bundeltjes tijd. Mijn materialen zijn tactiel, loom en vloeibaar. Ze stollen, stulpen uit of lopen weg. Ik zie liever de mal en de sporen, dan het eindresultaat. En ik stel mezelf onmogelijke makersvragen om geen antwoord op te vinden. Mijn installatie is een stolling van het maken. Als artist-educator doe ik een handreiking voor een nieuwe, inefficiënte modus van (kunst)makerschap.’
Als artist(educator) bevraagt Petra het almaar streven naar groter, beter, meer, en zet ze werkvormen, processen en materialen in die zich daartegen verzetten. Daarmee geeft ze een handreiking voor een nieuwe, inefficiënte modus van ‘doen’ in het algemeen, en van makerschap in het bijzonder.


