Navid Nuur, Untitled (crushed vitamin D pills on canvas), 2010-2015
Navid Nuur, Untitled (crushed vitamin D pills on canvas), 2010-2015

STOP DE KUNSTVERTWIJFELING!

juni 2020

Een potje azijn. Een bakje pis. Dit zijn de beelden die door mijn hoofd schieten bij het lezen van de vraag ‘wat is de waarde van de hedendaagse kunst voor de maatschappij?’ Ik heb overwogen om een bakje pis in te leveren als antwoord op die vraag in plaats van dit essay te schrijven. Als statement. Dat zal ze leren! Maar de kunstenaar en educator in mij sust het rebelse gevoel. Die kijkt verder. Stelt vragen. Ik probeer er woorden bij te vinden. Waarom klinkt de vraag me zo zuur in de oren? Waarom voel ik me hierdoor als kunstenaar en kunsteducator in een hoekje gedrukt? Vanwaar de vertwijfeling over kunst?

Hans den Hartog Jager (Herveld, 1968)
Hans den Hartog Jager (Herveld, 1968)

Als ik kunstcriticus Hans den Hartog Jager mag geloven is de vertwijfeling allemaal de schuld van de romantiek en van voormalig minister Halbe Zijlstra. In veel van zijn stukken, waaronder het recente ‘Kunst heeft geen baat bij goede bedoelingen’ (2020), beschrijft Hans den Hartog Jager hoe de autonomie van de kunstenaar zowel voor ons als tegen ons werkt in de maatschappij. Ook gaat hij in op hoe deze verhouding met de maatschappij ons in het hoekje van on(be)grijpbare invloeden plaatst. Onvoldoende feiten en onvoldoende meetbaar. En dus onverdedigbaar in een ministerieel debat over hoeveel belastinggeld er aan de kunst toegekend kan worden. Dan ga je als sector voor de bijl.

Wat moet ik naast het vinger wijzen van Hans den Hartog Jager met de uitspraken van Anne Vegter, voorzitter van het bestuur van Akademie van Kunsten, in haar interview in De Volkskrant (2020): ‘Onze kracht is dat wij mensen zijn die getraind zijn om vooruit te kijken. Vragen te stellen die nodig zijn. Zonder dat je meteen denkt aan hoeveel iets kost en of het politiek wel haalbaar is. Vragen die desnoods ontwrichtend kunnen werken.’ Ongeacht of het betaalbaar is, haalbaar is en ontwrichtend? Ontwrichtend is niet bepaald een resultaat dat een minister nastreeft. In politiek strategische termen ben je dan, volgens Belgisch politicoloog Wilfried Dewachter, namelijk nog maar een paar stappen verwijderd van een heuse burgeroorlog. Ik zou er vanuit het standpunt van een minister ook kippenvel van krijgen. Leg maar eens uit dat je met belastinggeld een bestelbedreigende beweging ondersteunt. Als je het zo bekijkt, snap ik de vertwijfeling dus wel!

Navid Nuur, Untitled (crushed vitamin D pills on canvas), 2010-2015
Navid Nuur, Untitled (crushed vitamin D pills on canvas), 2010-2015

Misschien moet ik de mannen en vrouwen van de woorden loslaten en kijken hoe kunstenaars van nu hier mee omgaan. Of zoals Hans den Hartog Jager zegt in zijn boek Vrijheid: kunstenaars kunnen de dwingende en zuigende actualiteit overstijgen. Weg dus van het zure en bijtende. Laten we terug gaan naar de bron of de basis.

De in Nederland wonende en werkende kunstenaar Navid Nuur (Teheran, 1976) heeft hetzelfde gedacht. Hij switchte van conceptuele naar ambachtelijke kunst van, zoals hij dat zegt, ‘een elementaire bron’. Dat wil zeggen dat alles en iedereen voortkomt uit dezelfde materie, zoals licht en mineralen. Niemand kan zich aan die primaire verbondenheid onttrekken, ook de kunst niet. Mijn interpretatie hiervan is dat kunst een uiting van de bron van het bestaan is, zoals ook een boom dat is of ikzelf als mens. Het is niet iets waar je het nut van bevraagd. Het is er gewoon. Het is een gegeven. Als een vanzelfsprekend onderdeel van het bestaan.

Tjalf Sparnaay, Lolly, 2000
Tjalf Sparnaay, Lolly, 2000

Kunst als vanzelfsprekend onderdeel van ons leven. Het doet me denken aan kunstenaars die ons dagelijks leven als basis nemen voor hun kunst. De Nederlandse kunstenaar Tjalf Sparnaay (Haarlem, 1954) gaat op zijn manier ook terug naar de bron van het bestaan. Op zijn website heeft hij het over het ‘DNA van de universele structuur’. Hij legt dit vast aan de hand van levensgrote, alledaagse objecten. Cathelijne Broers, directeur Hermitage en De Nieuwe Kerk, verzucht bij zijn enorme schilderij van een lolly in het AVROTROS programma Nu te zien! (2019) dat het een kijkfeestje is. En ook haar hoor ik vertellen hoe spelen met een basiselement van het leven, namelijk licht, van grote invloed is op dat kijkfeestje.

Hans den Hartog Jager is ondertussen ook teruggegaan naar een basis. In zijn geval wat hij de basis van de Nederlandse kunst vindt. Met zijn boek Vrijheid en een gelijknamige tentoonstelling in museum De Fundatie in Zwolle (januari tot en met mei 2019) toont hij vijftig Nederlandse, zoals hij dat noemt, ‘kernkunstwerken’. In een interview met hem uit 2019 over Vrijheid gebruikt hij woorden als ‘een feest om doorheen te lopen’ en ‘één grote viering’. Daarmee komt het wat mij betreft allemaal samen: kunst is een viering van ons dagelijks bestaan. Het is een feest om kunst te bekijken, er over na te denken en het te delen met anderen. En het mooie is: iedereen kan meedoen aan dit feest.

Voor degenen die blijven twijfelen over de waarde van kunst voor de maatschappij, verwijs ik naar een werk van de Nederlandse kunstenares Gerdine Duijsens (Utrecht, 1951) met een wat mij betreft passende titel: 'Don't be a party pooper'. 

Gerdine Duijsens, Don’t be a party pooper, n.b.
Gerdine Duijsens, Don’t be a party pooper, n.b.

Laeta Lazet is eerstejaars student deeltijd. Ze schreef dit essay als onderdeel van het vak 'actualiteit/kunst in de samenleving'. Wil je in gesprek over dit essay of in contact komen met de auteur? Stuur een mail naar ja.korsten@artez.nl .