Linu van der Werf, Werkkunst, 2020
Linu van der Werf, Werkkunst, 2020

EEN STRANDJUTTER BINNEN JE EIGEN GESCHIEDENIS - in gesprek met Linu van der Werf, Finals 2020

september 2020

Afstuderen in 2020 was voor velen niet zoals ze voor ogen hadden. Zo werd het moment, de afstudeertentoonstelling, waar ze vier jaar lang naar hebben uitgekeken uitgesteld. Gelukkig mogen komende november alle studenten hun werk alsnog tentoonstellen. Deze zomer sprak het magazine met deze onlangs afgestudeerde studenten over hun afstudeerwerk via Zoom, een manier van communiceren die we ons de afgelopen maanden eigen hebben moeten maken. Maar hoe communiceert het werk van beginnende kunsteducatoren dat voor het grote publiek alleen nog maar zichtbaar is geweest via een scherm? 

Voor Linu van de Werf was haar afstudeerjaar een moment van graven in haar eigen geschiedenis op de academie. Ze haalde al het werk dat zij de afgelopen jaren heeft gemaakt van zolder en legde dit op een grote stapel. Als een strandjutter vulde zij haar bagage met kunstwerken uit haar studietijd. Welke verbanden zijn er te vinden? En hoe kunnen deze werken nieuwe beelden vormen? Deze vragen leidden tot een familie van kunstwerken genaamd ‘werkkunst’.

Linu van der Werf, Werkkunst, 2020
Linu van der Werf, Werkkunst, 2020

Jouw afstudeerwerk gaat over bewaren. Hiervoor gebruik je het begrip ‘werkkunst’. Wat is dit voor een begrip?
‘Eigenlijk heb ik het omgedraaid. Het is dus een kunstwerk maar nu dus een werk vol met mijn eigen kunst. Al dat werk, van jaar één, twee en drie, had ik opgeborgen in dozen op zolder. En daar deed ik niks meer mee, het lag daar maar. Nu heb ik het zo gebruikt en vormgegeven dat het werk een nieuw uiterlijk heeft gekregen. Toen ik mijn afstudeerjaar begon, heb ik alles wat ik nog had op een grote stapel gelegd. En de werken ben ik gaan deconstrueren, elementen uit gaan halen. Al deze kleine details ben ik gaan verbinden met elkaar tot nieuwe vormen. Ik kan elementen nog herkennen en koppelen aan een opdracht die ik kreeg in een bepaald jaar op de academie, maar het heeft nu een totaal nieuwe vorm gekregen. Het is een verzameling van vier jaar op de academie zodat ik dus met al dat afgelopen werk kan afstuderen in een nieuw kunstwerk en dan stoft het niet meer weg op zolder.’

Is in deze verzameling van werken de herinnering aan jouw studietijd alleen voor jezelf zichtbaar of ook te herkennen als je de voorgaande werken nog nooit eerder hebt gezien?
‘In eerste instantie kun je dat niet echt herkennen. Niet iedereen die het ziet, kent de voorgaande werken. Maar ik heb het ook niet zo gemaakt dat je dat kan of moet zien. Dus voor een grote groep zal dit gewoon een nieuw werk zijn waarin opvalt dat er verschillende materialen, vormen en elementen zijn samengebonden. Ik ben eigenlijk een beetje te werk gegaan als een strandjutter. Ik heb mijn bagage afgelopen jaren gevuld en die nu op een sokkel gezet. En doordat alles is verbonden met touw, purschuim en elastiek blijven de nieuwe vormen ook licht, en nemen ze eenzelfde vorm en uiterlijk aan. Ze lijken erg op elkaar en zijn zichtbaar verbonden met elkaar. Voor mij is het die verzameling van mijn afgelopen jaren op ArtEZ, dat wordt ook wel duidelijk als je met mij in gesprek gaat of de beschrijving zal lezen. Dan zie je mijn werkkunst wellicht als een familie van mij die ik tot in de kern heb gecreëerd.’

'Het is een verzameling van vier jaar op de academie zodat ik dus met al dat afgelopen werk kan afstuderen in een nieuw kunstwerk en dan stoft het niet meer weg op zolder.’

Je spreekt over je werk als een familie. Was er in de afgelopen vier jaar altijd al een familiare overeenkomst te vinden in het werk dat je maakte?
‘Toen ik, in dat begin van mijn afstudeerjaar, voor die grote berg met werken stond, viel mij wel op dat het veel gaat over groeien en abstractie. En deze werken zijn natuurlijk altijd gemaakt vanuit een opdracht die ik kreeg van een docent. De thematiek van het groeien is letterlijk de basis geweest van de verzameling. Het abstraheren van de werken, tot kleine elementen die niet meer een zelfstandig werk zijn maar onderdeel van een nieuwe vorm, is ook duidelijk terug te vinden. Maar doordat ik alles samen bracht viel mij ook op dat ik veel werk in aardetinten. Hierdoor is er een eenheid te vinden in dit werk wat een mooi gelukje was. Deze vormentaal heb ik denk ik van mijn eigen familie, want ik ben met een abstracte kunstenaar als vader opgegroeid. Wat natuurlijk wel grote invloed had op mij omdat ik ook tijdens mijn afstuderen mocht werken in zijn atelier.’

Je bent een strandjutter die zijn bagage vult, is dit een manier van werken die je anderen zou aanraden?
‘Ja, ik noem mezelf ook wel eens een verzamelaar en archeoloog. En dat komt omdat ik heel erg bezig ben met kijken. Ik graaf letterlijk door mijn eigen geschiedenis heen van de afgelopen jaren en bekijk nu alle kanten van de werken om een balans te vinden tot een nieuw werk. Ik blijf onderzoeken en blijf kijken totdat mijn verzameling compleet is en ik mijn eigen geschiedenis weer een beetje heb herontdekt. Hierdoor ben je echt met je eigen groeien bezig en krijg je een goed beeld van jezelf. Dus ja, zeker! Vooral omdat het voor mij bleek dat, na al die opdrachten op de academie en na altijd te hebben gewerkt binnen een bepaalde tijdsperiode naar een deadline toe, ik nu overeenkomsten kon gaan zien tussen jaarlagen en er een ontwikkeling zichtbaar werd voor mij. Veel meer dan op de schouwmomenten waar je werk van een korte periode presenteert. Je ontwikkeling van de afgelopen vier jaar wordt zo veel beter zichtbaar. Maar de vervolgstap, van het maken van nieuwe beelden, durft denk ik niet iedereen te maken. Want je moet wel je eigen beelden kunnen slopen.’

Linu van der Werf, Werkkunst, 2020
Linu van der Werf, Werkkunst, 2020

Je hebt je afstudeerstage gelopen bij Museum Catharijneconvent in Utrecht. Hoe heeft deze plek bijgedragen aan jouw ‘werkkunst’?
‘Eigenlijk niet bewust want ik heb daar gewerkt als projectleider van het Sinterklaasproject. Dus ik was vooral achter de schermen bezig. Maar ik moest altijd via de hoofdingang door het museum lopen om bij het kantoor te komen. En dan was er vaak niemand. Dus op een heel stil moment zag ik dan al die werken en oogjes kijken. Maar ik denk achteraf dat het misschien als plek, waar religieuze historische objecten worden bewaard en tentoongesteld, onbewust invloed op mij heeft gehad of dat de overeenkomst gewoon toeval is. Want net zoals daar haal ik mijn oude werken ook uit de doos, zoals de objecten uit hun kerken zijn gehaald, en zet ik ze op een sokkel. Ik hemel het misschien eigenlijk ook wel op.’

Wat is de grootste tip die je komende afstudeerders zou willen meegeven?
‘Nou, ik voelde mij het afgelopen jaar veel onafhankelijker dan de jaren daarvoor. Ik voelde minder druk van de mening van anderen en wilde gewoon doen wat ik zelf wilde doen. En daardoor heb ik grote stappen kunnen zetten als kunstenaar. Ik voelde door de vrijheid van het afstudeerjaar dat er zoveel mogelijkheden waren. En als ik dan nu terugdenk, had ik ook gewoon nooit verwacht dat ik dit zou doen in al die vrijheid, want ik ben van MBO 4 naar ArtEZ gegaan. Maar de regie in eigen handen hebben en niet werken volgens een opdracht leverde mij juist heel veel op. Misschien was ik de afgelopen drie jaar bezig om te voldoen aan een niveau en bepaalde ik deze in het afstudeerjaar juist zelf. Dus mijn tip zou echt zijn, blijf dicht bij jezelf. En laat je vooral niet leiden door de wensen van anderen of ideeën waar je aan denkt te moeten voldoen. Doe vooral wat je zelf wilt, luister naar anderen en probeer dat uit, maar staat het je niet aan, wijzig het dan weer vooral. En pak eens al je werk van de afgelopen jaren erbij!’

‘Doe vooral wat je zelf wilt, luister naar anderen en probeer dat uit, maar staat het je niet aan, wijzig het dan weer vooral. En pak eens al je werk van de afgelopen jaren erbij!’

Wat ga je nu doen na je afstuderen?
‘Ik ga aan de slag bij Paleis ’t Loo. Ik ben aangenomen als museumdocent! Dus daar heb ik heel veel zin in. En verder blijf ik daarnaast natuurlijk niet stil zitten. Dus ik zou heel graag nog iets willen met een webshop om mijn werk te verkopen. Maar dat weet ik allemaal nog niet exact. Ik heb de afgelopen weken eerst even uitgerust en toen kwam de ontlading van het afstuderen een beetje. Maar nu ga ik lekker aan de slag. En natuurlijk blijf ik in het atelier, samen met mijn vader, dingen maken.’

Linu van der Werf, Werkkunst, 2020
Linu van der Werf, Werkkunst, 2020

Wil je in gesprek over dit interview of in contact komen met Linu van der Werf? Stuur een mail naar Linuvanderwerf@gmail.com , bezoek haar Instagram, of kijk op de Finals website